4.2            Betreden besloten ruimte

Gevaren:

  • Verstikking / zuurstoftekort
  • Bedwelming
  • Vergiftiging / toxiciteit
  • Brand / explosie

Wettelijke en andere eisen:

  • ISGINTT H10
  • ADN 7.2.3.1 en 7.2.3.2

Planning

Een besloten ruimte heeft de volgende eigenschappen:

  • Beperkte openingen voor in- en uitgaan;
  • Ongunstige ventilatie;
  • Niet ontworpen voor continue personele bezetting;
  • Wordt onregelmatig betreden.

Voorbeelden van besloten ruimten zijn: voor- en achterpiek, kettingbak, (lading-)tanks, kofferdammen, walgangen (“U-tanks”), pompkamers, lege ruimten, overige (brandstof)-tanks, dubbele bodems en de bunkergiek fundatie ruimte.

Een besloten ruimte mag pas betreden worden, wanneer is vastgesteld dat de ruimte geen gevaarlijke stoffen meer bevat en er voldoende zuurstof aanwezig is. Dit kan worden gemeten met een explosie-, toxiciteit- en zuurstofpercentagemeter.

Voorafgaand aan het betreden van een besloten ruimte, dienen de onderstaande atmosfeertest en waardes gemeten en beoordeeld te worden door een deskundig persoon;

  • Het zuurstofgehalte is minimaal 20% en maximaal 21% per volume.
  • De concentratie van ladingdamp is lager dan 10% LEL (wettelijke norm). Echter het wordt aangeraden om 1% LEL aan te houden.
  • Dee giftigheid van de tank is gemeten en beneden de grenswaarde.

Registreer deze op formulier Meten en betreden besloten ruimte (FC04). Wanneer de waardes afwijken van bovenstaande grenzen, mag de ruimte alleen betreden worden met van buitenlucht onafhankelijke adembescherming.

Zelfs wanneer de tests hebben aangetoond dat een tank of compartiment veilig is om te betreden, moet men altijd bedacht zijn op holtes met gas. Elk uur dient er, middels de inspectiekokers, gecontroleerd te worden op aanwezigheid van gassen en vloeistoffen.

Zorg voor het dragen van de juiste PBM’s. Dit betekent een van de buitenlucht onafhankelijke adembeschermingsapparaat, andere nodige veiligheids- en reddingsmiddelen inclusief een veiligheidslijn. Te allen tijde dient er één extra persoon met dezelfde uitrusting bij de ingang van de tank toezicht te houden. Wanneer geen bergingsapparaat wordt gebruikt, dienen er twee personen op roepafstand aan boord van het schip aanwezig zijn. Indien er wel een bergingsapparaat gereed staat, is één extra persoon op roepafstand voldoende.

Afsluiten van het formulier Meten en betreden besloten ruimte (FC04) en archiveren.

Afwijkingen

FC05 Werkvergunning

Wanneer er voorwaarden (vermeld op FC05 Werkvergunning) voor het betreden van de ruimte veranderen, moet het personeel opdracht worden gegeven de ruimte onmiddellijk te verlaten. Dit kan bijvoorbeeld bij de wisseling van personeel of wanneer de omstandigheden in de ruimte onveilig dreigen te worden nadat personeel de ruimte is binnengegaan. De ruimte mag niet opnieuw betreden worden voordat de situatie opnieuw beoordeeld is en de veilige voorwaarden, zoals vermeld op de vergunning, zijn hersteld.

Wanneer zich een ongeval in een besloten ruimte voordoet waarbij personeel gewond is geraakt, moet als eerste alarm worden geslagen. Hoewel snelheid vaak van vitaal belang is bij het redden van levens, moet niet worden getracht reddingsoperaties uit te voeren voordat de nodige hulp en uitrusting is verzameld. Er zijn vele voorbeelden van ongevallen met dodelijke afloop door overhaaste en/of slecht voorbereide reddingspogingen.